In het nieuwste nummer van de ‘Cultuurkrant’ van het LKCA publiceerde Blueyard-adviseur Marijn Cornelis een prikkelende column over de toegankelijkheid van cultuureducatie en cultuurbeoefening in gemeenten. In haar bijdrage introduceert zij een concrete en eenvoudig toepasbare denkrichting: de 10-20-30-richtlijn.
Volgens Marijn is juist het moment na de gemeenteraadsverkiezingen cruciaal voor de positie van cultuur in gemeentelijk beleid. Dan worden immers de lokale coalitieakkoorden uitonderhandeld. Hoewel er brede erkenning is voor het belang van cultuureducatie – voor persoonlijke ontwikkeling, welzijn en sociale cohesie – blijkt in de praktijk dat juist op dit domein relatief gemakkelijk wordt bezuinigd. Dat heeft volgens haar niet zozeer met onwil te maken, maar met een gebrek aan concrete handvatten om ambities te vertalen naar uitvoerbaar beleid.
De 10-20-30-richtlijn
In haar column geeft Marijn gemeenten een concrete richtlijn om de toegankelijkheid van cultuureducatie te vertalen naar beleid. De richtlijn gaat uit van de tijd dat kinderen onderweg moeten zijn naar een vorm van cultuureducatie.
-
10 minuten: elk kind moet in de onder- of middenbouw van de basisschool op school of op maximaal 10 minuten lopen van huis of school (gratis of bijna gratis) kennis kunnen maken met álle kunstvormen. Dit kan onder schooltijd, in de verlengde schooldag of via de naschoolse opvang, in de bibliotheek of in het buurthuis;
-
20 minuten: vervolgens heeft ieder kind recht op verdiepend kunstonderwijs binnen 20 minuten fietsafstand. Denk aan een instrument leren bespelen, dans-, theater- of beeldende lessen volgen;
-
30 minuten: tot slot moeten kinderen en jongeren binnen 30 minuten met het OV culturele activiteiten samen met anderen kunnen doen of beleven. Repetitieruimtes, theaters, musea, kunstencentra, buurthuizen of broedplaatsen – plekken waar bandjes kunnen oefenen, orkesten samen spelen of voorstellingen bezocht worden.
Daarnaast benadrukt zij het belang van veilige routes en goed openbaar vervoer, betaalbaarheid voor alle gezinnen en continuïteit voor culturele aanbieders die aantoonbaar impact maken in wijken.
Met deze praktische benadering wil Cornelis bijdragen aan een structurele en eerlijke toegang tot cultuur. “Toegang tot cultuur zou geen toeval mogen zijn,” stelt zij. “Het zou net zo vanzelfsprekend moeten zijn als toegang tot groen.”
👉 Lees de volledige column van Marijn Cornelis HIER op de website van het LKCA.